Boekverbranding gepland voor Het negerboek

Roy Groenberg, voorzitter van de Stichting Eer en Herstel Slachtoffers van Slavernij in Suriname heeft een oproep gedaan om op 22 juni 2011 de Nederlandse vertaling van Het negerboek van Lawrence Hill te verbranden bij het Slavernijmonument in het Oosterpark in Amsterdam. Aanleiding is de Nederlandse titel van de roman.

Het negerboek was vertaald door Ine Willems binnen de muren van Kamer52 en uitgegeven door Ailantus.  De titels van The Book of Negroes en zijn Nederlandstalige tegenhanger regelrecht verwijzen naar het Book of Negroes, een historisch document uit de archieven van de Britse marine.  Dit historische document speelt een sleutelrol speelt in de roman, want de hoofdpersoon, Aminata Diallo, wordt op elfjarige leeftijd uit Afrika geroofd, op slaventransport gezet en op de slavenmarkt in Charles Town verkocht. Dankzij haar niet te temmen leergierigheid weet ze zich te ontwikkelen tot een belezen vroedvrouw en dankzij haar geletterdheid weet ze in New York te ontsnappen aan de man die zichzelf haar eigenaar noemt. Ze raakt als klerk betrokken bij het Negerboek waarin zijzelf ook een plaats krijgt wanneer ze met het laatste evacuatieschip vanuit New York naar Nova Scotia reist. Haar groeiende inzicht in de machinaties van de betrokken partijen leidt ertoe dat ze zich uiteindelijk met koppige volharding en humor inzet voor de afschaffing van de slavernij. Het verhaal rond dit historische document brengt een tot nu toe onbekend element uit de slavernijgeschiedenis voor het voetlicht.  Maar dat alles kan meneer Groenberg, bekend van Negerzoen en Sinterklaasprotest, niet schelen. Tenzij de titel van de roman verandert, gaat de boekverbranding door.

De heer Groenberg heeft Lawrence Hill, de Canadese auteur van het boek, zelf nazaat van uit Afrika afkomstige slaven, op de hoogte gesteld van zijn voornemen het boek te verbranden, waarop de schrijver heeft gereageerd met een verklaring. Ook de Nederlandse uitgever heeft een verklaring afgelegd over de keuze voor de Nederlandse titel en is in een radio-uitzending een dialoog aangegaan met de heer Groenberg.

Ine Willems, eigenares van de Vertalerij, oprichtster van het Vertaalatelier bij Kamer52 in Oosterhout, en de vertaalster van de roman, noemt het verbijsterend, zowel de ophef over het boek, als de notie van een boekverbranding. Ze zegt: ‘Ik heb begrepen dat meneer Groenberg aanwezig was bij het bezoek van Lawrence Hill aan het NiNsee waarbij mensen volop in de gelegenheid werden gesteld om met de schrijver in gesprek te gaan. Toen heeft hij kennelijk niets gezegd.’ En: ‘Ik heb gezocht naar meldingen van openbare boekverbrandingen in Nederland en vond iets over ene Pontiaan van Hattem, auteur in 1718 nota bene. Daarna gaat het natuurlijk over de boekverbranding onder de nazi’s, van mei 1933 in Berlijn. Tja, beter dan Lawrence Hill of Lidewijde (red. Lidewijde Paris, uitgever van Ailantus) kan ik het niet zeggen: een boek roept op tot gesprek; door het verbranden van een boek kap je dat gesprek af. Je plaatst jezelf bovendien in een historische lijn waarin je niet moet willen staan.’

De titel en inhoud van de in de pers lovend ontvangen, epische roman verwijzen naar een historisch register van de Britse marine: het Book of Negroes. In dat register staan de namen en kenmerken van 3.000 voormalige slaven die na de Onafhankelijkheidsoorlog naar het Britse Nova Scotia zijn vervoerd, zodat hun vroegere eigenaren bij de Britse Kroon financiële compensatie konden aanvragen voor het verlies van hun eigendom. Het ging om voormalige slaven die minstens één jaar hadden gediend in het Britse leger, dat zich, in een wanhopige poging de slag om de Amerikaanse koloniën alsnog te winnen, zelfs verzekerde van de hulp van diegenen die normaal gesproken niet eens als mensen werden gezien, maar als vee diende voor de handel, voor de arbeid en voor de fok. In ruil voor steun tegen de rebellen beloofden de Britten vrijheid en land aan deze mensen, die generaties lang de roof van hun leven en menswaardigheid hadden moeten verdragen. De wanhoopsgreep van de Britten had succes: slaven ontsnapten massaal en meldden zich voor dienst. Ze ontsnapten zelfs zo massaal dat het een probleem werd voor de Britten – de kosten van compensatie aan de voormalige eigenaren stegen ver boven budget – zodat de Britten grote aantallen ontsnapte slaven terugstuurden naar hun eigenaren.